©Rémy Antonides,
Hersencentrum 2007
Geheugen
Één van
de belangrijkste cognitieve functies in het brein is
het geheugen. Het geheugen stelt ons in staat om de realiteit in een
eerder
opgeslagen context te bezien. De informatie die is opgeslagen in ons
geheugen
gebruiken we om adequaat te functioneren en ons gedrag aan te passen
aan de
omstandigheden, zodat we bijvoorbeeld niet elk object dat we aantreffen
met
onze mond onderzoeken.
Het geheugen is onder te
verdelen in verschillende
faculteiten met elk hun eigen karakteristieken. Hier wordt een aantal
genoemd.
Korte-termijngeheugen (ook wel
genaamd werkgeheugen) is het
vermogen informatie kortdurend te onthouden en te manipuleren. Een
voorbeeld
hiervan is een reeks getallen te horen en in het hoofd bij elkaar op te
tellen.
Autobiografisch geheugen is het
vermogen te weten wat in de
persoonlijke geschiedenis ligt aan ervaringen en gebeurtenissen.
Procedureel geheugen (ook wel
motorisch geheugen) is het
vermogen te weten hoe bepaalde handelingen dienen te worden verricht.
Het opvallende
van dit aspect van het geheugen is het feit dat men niet onder woorden
kan
brengen hoe men geleerd heeft dit te doen. Een voorbeeld hiervan is het
rijden
op een fiets.
Omdat
geheugenprestaties zich relatief eenvoudig laten
testen, is er veel onderzoek verricht en zijn er vele geheugenaspecten
onderscheiden. Met name werpen proefpersonene met een
hersenbeschadiging licht
op de verschillende functies die het geheugen rijk is. Bij een
geheugenbeschadiging spreekt men van amnesie, waarbij er twee dingen
aan de
hand kunnen zijn. Er kan sprake zijn van geheugenverlies voor eerder
opgeslagen
informatie (zogenaamde retrograde amnesie), waarbij mensen problemen
hebben met
het zich herinneren van voorbije gebeurtenissen. Ook kan er sprake zijn
van een
stoornis in het geheugen waarbij mensen niet meer in staat zijn nieuwe
informatie te verwerven. Hierbij spreekt men van anterograde amnesie.
Van de
eerder genoemde geheugenfaculteiten is het autobiografische het meest
gevoelig
voor beschadiging, zoals duidelijk te merken is in geval van Alzheimers
dementie. Het procedurele geheugen is het meest robuust, wat blijkt uit
het
feit dat een patiënt met anterograde amnesie nog in staat is
vorderingen te
maken in het leren van spiegelschrift of een andere vaardigheid, zonder
dat hij
zich kan herinneren het ooit geoefend te hebben of de instructeur
eerder te
hebben ontmoet.
|